Doe-ideeën / Waar waait het het hardst in de wijk?
Ontdekken & experimenteren
Waar waait het het hardst in de wijk?
Met een sjaal aan een stok heb je binnen een minuut je eigen windmeter. Loop ermee door de wijk en ontdek dat het bij het ene hoekje bijna stil is en bij het andere flink trekt.
6-10 jaar30-45 min Geen rommel
Bewaren en afvinken doe je met een gratis account.

Voorbereiding5 min
EnergieActief/Gemiddeld
KostenGratis
LocatieBuiten, in de buurt
Aantal1 of 2 kinderen
Zo doe je het
- Sjaal aan een stok
Bind de sjaal met het elastiekje stevig aan het uiteinde van de stok. Test hem even op de stoep, want als de knoop meegeeft ben je bij het eerste hoekje je vlag kwijt. - Vijf plekken op de kaart
Teken een simpel kaartje van de wijk met vijf meetpunten erop: bij een hoog gebouw, in een smal straatje, op een plein, bij het park en op een brug of open stuk. - Schaal van 1 tot 5
Schrijf naast het kaartje wat de cijfers betekenen: 1 hangt slap, 2 beweegt een beetje, 3 wappert, 4 wappert hard, 5 staat recht naar buiten. Je kind bepaalt straks het cijfer, niet jij. - Dertig seconden meten
Loop de vijf plekken langs. Je kind houdt de stok een halve minuut omhoog en kiest dan een cijfer, dat jij bij de plek op de kaart schrijft. Bij het hoge gebouw wordt het vaak spannend. - En de winnaar is
Kijk thuis samen naar de kaart. Welke plek scoorde het hoogst? Bedenk daarna waarom de wind juist daar zo tekeergaat, tussen die gebouwen of over dat open stuk.

Bweep houdt de stok omhoog:
“Tussen die twee gebouwen wappert hij het hardst. Daar knijpt de wind zich ergens doorheen.”
Wie doet wat?
Jij
- Bindt de sjaal aan de stok
- Tekent het kaartje van de wijk
- Vraagt bij elke plek waarom het cijfer zo hoog of laag is
Je kind
- Houdt de windmeter omhoog
- Kiest het cijfer per plek
- Schrijft de cijfers op de kaart
Variaties
Eenvoudiger
- Gebruik drie plekken en een schaal van 1 tot 3
- Gebruik een lint in plaats van een sjaal, dat beweegt sneller
Uitdagender
- Meet dezelfde vijf plekken nog eens op een andere dag en vergelijk
- Zet pijltjes op de kaart voor de richting waarin de sjaal wappert
Jongere kinderen
- Loop met de sjaal in de hand door de tuin en voel waar hij het meest trekt
Oudere kinderen
- Maak er een grafiek van met de vijf plekken naast elkaar
Wat leert je kind hiervan?
- Een eenvoudige meetschaal gebruiken
- Waarnemingen vergelijken tussen plekken
- Bedenken waarom iets ergens anders is
Opruimen
3 minuten


